Tagarchief: warmtebedrijf Ede

TKI-onderzoek naar inzetbaarheid laagwaardige biomassa

Om de energietransitie te versnellen door de warmtevoorziening verder te verduurzamen is in het kader van de Topconsortia Kennis & Innovatie door Biomass Technology Group B.V. (BTG), het Energie Onderzoekcentrum Nederland (ECN), KARA Energy Systems B.V., en MPD Groene Energie de toepassing van laagwaardige biomassa onderzocht.

Laagwaardige biomassa is bijvoorbeeld maaisel, blad, zomer- en winterriet. In het landschap komen deze reststromen veelvuldig voor omdat, zoals alle Nederlandse natuur, ook landgoederen, landschappen en bermen onderhouden dienen te worden.

Het project heeft geresulteerd in een opzet voor een biomassatoevoer- en ketelconcept waarin gespecificeerde mixen van laagwaardige biomassa succesvol kunnen worden verstookt.

Bekijk hier de film:

Groen warmtenet Ede officieel duurzaamste van Nederland

EDE – Het groene warmtenet in Ede is officieel het duurzaamste warmtenet van Nederland. Enkele maanden geleden is de kwaliteit van het warmtenet van Warmtebedrijf Ede opnieuw getoetst en gecertificeerd. Dit leverde een verbeterde score op, die te danken is aan diverse innovaties en uitbreidingen. Greenvis Energy Solutions heeft de nieuwe score opgenomen in de ranglijst van gecertificeerde warmtenetten en Ede komt hierbij als winnaar uit de bus.

De grafiek laat zien dat de score van het secundaire net (lichtgroen) doorslaggevend is voor de winst. Op het secundaire net bevinden zich vrijwel alle warmteaansluitingen. Daarom wordt dit net als maat genomen voor de CO2-besparing, en dus de duurzaamheid van het net. Het primaire net bestaat voornamelijk uit aanvoerleidingen.

De verbeterde score is voor alle aansluitingen merkbaar. Een huishouden met aansluiting op het groene warmtenet bijvoorbeeld, bespaart nu direct 85% CO₂ op haar totale uitstoot. Aanvullend op groene warmte zijn nu nog slechts enkele vierkante meters aan zonnepanelen nodig om naast een volledig gasloze, ook een klimaatneutrale woning te verkrijgen.

Nederland telt ca. 320 warmtenetten, waarvan het eerste stamt uit 1923. Met de aanleg van het groene warmtenet in Ede is gestart in 2013. Hierop zijn momenteel twee, en in de toekomst drie, bio-energie installaties aangesloten. Het warmtenet wordt verwarmd door de benutting van resthoutstromen uit de regio: knip- en snoeiafval uit de tuinen en resthout van bos-onkruid de Prunus.

Lees hier het bericht van Greenvis Energy Solutions

Reactie Warmtebedrijf Ede op Zembla d.d. 22-03

Warmtebedrijf Ede is een dochterbedrijf van MPD Groene Energie, opgericht t.b.v. het duurzame houtgestookte project te Ede.

De uitzending van Zembla 22-03 ging over houtige biomassa.
Er werd hierin echter geen (duidelijk) onderscheid gemaakt tussen lokale bio-energie installaties zoals in Ede, en de 5 grote kolencentrales die overgaan op de bijstook van buitenlandse houtpellets. In tegenstelling tot de kolencentrales, draaien de bio-energie installaties in Ede op lokaal en regionaal afkomstige resthoutsnippers. Resthout is het hout dat overblijft en dat feitelijk geen ander doel meer heeft. Dit is voor Ede midden op de Veluwe een prima oplossing, omdat de locatie zich bij uitstek leent voor het nuttige gebruik van resthoutsnippers.

Van de biomassa die Warmtebedrijf Ede benut komt 80% uit de regio zelf; afkomstig van knip- snoei- en tuin-‘afval’ van inwoners uit Ede en omliggende gemeenten en van onderhoud van bos- en landschap. In Ede helpt Warmtebedrijf Ede in de strijd tegen een woekerende exoot, de prunus, ook wel vogelkers genoemd. De snelgroeiende boomsoort bedreigt de inheemse planten en bomen in het Edese bos. De gemeente wil deze ‘bospest’ in de aankomende 30 jaar volledig verwijderen. Omdat de biomassa van dichtbij komt, is de CO2-bijdrage klein.

Er zijn zoveel bomen geplant de afgelopen jaren, dat natuurlijke bijgroei al jarenlang de kap overtreft. En niet met zo’n beetje ook. De bijgroei is meer dan het dubbele van de houtkap. Dat geeft ruimte voor de inzet van biomassa zonder dat de houtvoorraad vermindert. Het toekomstig gebruik van Warmtebedrijf Ede is slechts 5% van de regionale, jaarlijkse bijgroei. En bij verantwoord snoeien, groeit de biomassa zelfs harder weer aan.

Met een aansluiting op groene warmte in Ede bespaart een huishouden direct 70 tot wel 90% op haar CO2-uitstoot. Desalniettemin heeft Warmtebedrijf Ede niet als doelstelling om heel Nederland op warmte uit biomassa aan te sluiten. Dit is volgens ons ook niet haalbaar, evenmin als volgens ons een all-electric energietransitie haalbaar is. De best toepasbare oplossingen om de energietransitie te versnellen zouden overal lokaal moeten worden bekeken en bestaan idealiter uit een mix van alle mogelijkheden; zon, wind, water, warmtenetten op biomassa, maar bijvoorbeeld ook warmtenetten die gebruik maken van restwarmte van de industrie of bijvoorbeeld warmte uit geothermie.

Bijlagen:

U vindt de verhelderende formele reactie van Staatsbosbeheer op de Zembla-uitzending op
https://www.staatsbosbeheer.nl/over-staatsbosbeheer/nieuws/2017/03/reactie-op-uitzending-zembla-bos-als-brandstof
De brochure van de Alg. Vereniging Inlands Hout (AIVH) beantwoordt bio-massa-gerelateerde vragen: http://www.avih.nl/files/4414/4610/7743/1.Boekje_GoedNieuwsOverNLBiomassa_10-2015.pdf

Groot deel groenafval uit Nederland gaat naar Duitsland

Energie opwekken uit groenafval van bossen en landgoederen: het kan, maar komt in Nederland maar marginaal van de grond. Een groot deel van deze ‘reststroom’ gaat naar Duitsland, waar het een bijdrage levert aan de CO2-reductiedoelstellingen. Dat is zonde, vindt Willem Meijers, investment manager bij het Nationaal Groenfonds.

Warmtebedrijf Ede

Er zijn in Nederland te weinig kleinschalige houtgestookte centrales om deze reststroom te verwerken. Dus vindt zo’n vijftig procent zijn weg naar Duitsland. Reden voor het Groenfonds om te investeren in dergelijke centrales. Meijers: “Wij zien het verstoken van biomassa als een eerste businesscase voor deze reststroom. Die biomassa ís er, dus je kan er maar beter wat nuttigs mee doen. Warmtebedrijf Ede is hiervan een schoolvoorbeeld”

Meijers: “We merken dat terreinbeheerders zelf ook geen goed gevoel hebben bij de export van houtsnippers naar Duitsland. Zodra er in Nederland meer verwerkingscapaciteit beschikbaar komt, zijn ze blij dat ze daar naartoe kunnen met hun reststromen.”

Lees hier het hele artikel uit het MilieuMagazine, februari 2017
– Klik op de afbeeldingen voor een vergroting